World Servants in Ghana
zaterdag, 13 februari 2010 16:40
Woensdag 4 augustus 1993 landden we om zes uur 's morgens weer op Schiphol. Ouders, familie en vrienden stonden ons al op te wachten. Onze Ghanese reis zat er weer op. We hebben er lang naar toe geleefd.
Vorig jaar oktober al zijn we voor het eerst bij elkaar geweest om plannen te smeden. Veel hebben we ondernomen. De kerstmarkten in de regio, wat heel veel werk was en relatief weinig opleverde, toch hebben de deelnemers elkaar toen wat beter leren kennen. Aandelen verkopen. Een feest in Flophouse organiseren. Krentenbollen huis-aan-huis verkopen. Op diverse scholen in de regio zijn we geweest met dia's en verhalen. Allerlei andere akties en giften maakten het mogelijk dat we ons project konden uitvoeren. Ook de kerkdiensten van 28 maart en 11 juli hoorden bij de voorbereiding om zo'n project te kunnen volbrengen. De voorbereidingen op zich waren al erg leerzaam.
En dan ben je zo snel weer terug. Een paar weken gaan zomaar voorbij. Maar het heeft grote indruk op ons achter gelaten. Veel mensen vragen: "Vertel eens, hoe was het in Ghana?". Het lijkt een eenvoudige vraag, maar wat moet je allemaal vertellen. Je maakt in die paar weken zoveel mee, je doet zo ontzettend veel nieuwe indrukken op, dat je niet goed weet waar je beginnen moet. Toch zullen we een poging wagen.
Vrijdag 16 juli was het grote moment aangebroken. De World Servantstassen waren vol gestopt, maar niet te vol, want per persoon mochten we maar 16 kilo meenemen, omdat er ook gereedschap mee ging. Iedereen had de nodige injecties enpillen tegen tropische ziektes gehad. Tegen gele koorts, difterie, tetanus, polio, tyfus, hepatitis a en malaria, dus we konden er tegen! Om tien uur werden we in Steenderen opgehaald door een bus uit Den Ham. Uit dit Overijsselse dorp kwam de rest van de deelnemers op één na. De totale groep van 41 jongeren bestond voornamelijk uit meisjes. Waarom er deze keer zo weinig jongens mee gegaan zijn is niet duidelijk. Nog even degene die ons uitzwaaiden gedag zeggen. Een kusje, hier en daar een traantje en toengingen we, richting Schiphol. Gelijk in de bus hebben we wat nader kennis gemaakt met de Hammenaren. Er waren vier leiders bij, waarvan één verpleegster, een dominee en pastoraal medewerker Bert Lammers die onze hoofdleider was. Op Schiphol troffen we de andere twee leiders en Esther, de laatste deelnemer, een Nederlands meisje uit Zwitserland, die 's morgens uit Bazel was overgevlogen.
Het inchecken, bagage afgeven en door de douane gaan verliep zonder problemen. Er werd nog snel een vergeten tandenborstel "taxfree" gekocht en we konden aan boord van de "Ludwig van Beethoven", een DC10 van de KLM.
De meesten hadden nog nooit gevlogen, dus het was best onwennig en spannend in zo'n vliegtuig. Ook de demonstraties door de stewardessen van de zuurstofmaskers, zwemvesten, nooduitgangen en dergelijke, stellen je niet echt op je gemak. Maar dat is nu eenmaal verplicht bij iedere vlucht. Voor we het in de gaten hadden begonnen de vliegtuigmotoren te brullen en gingen we schuin omhoog. Zomaar los van de grond. De sfeer was al gauw erg ontspannen, vliegen is niet eng! We kregen wat te drinken en te eten. Er werd, om de zeseneenhalf uur die we moesten vliegen te overbruggen, een film vertoond.
Toen we landden in Accra, de hoofdstad van Ghana, begon het al donker te worden. 's Avonds om zeven uur is het daar donker. Het vliegveld is klein en simpel. De Ghanese douane opent altijd alle koffers en tassen, maar door bemiddeling van een Ghanese World Servants medewerker mochten wij zo door. Wel werd er gecontroleerd of je tegen gele koorts ingeënt bent, anders mag je het land niet in. Alles bij elkaar duurde het toch wel een paar uren voordat we weg konden. In dit soort landen leer je wel wat geduld hebben is. De bus die geregeld zou worden was er zowaar ook nog. Bij ons verwacht je niet anders, dáár valt het mee als zo'n afspraak echt nagekomen wordt.
We voelden ons wel erg ongemakkelijk toen we, buiten het vliegveld gekomen, door honderden Ghanezen, die achter een hek stonden, aangestaard werden. Het kwam zelfs bedreigend over, zoveel zwarte mensen. Het leek op een dierentuin, alleen dan besef je ineens dat wij in de kooi zitten en bekeken worden. Je went eraan dat je konstant nagekeken wordt. Waar we ook kwamen, wij waren de bezienswaardigheid. Veel mensen in Ghana zien maar zelden een blanke.
Gelukkig konden we de eerste nacht in Accra blijven, in een soort padvinderscentrum. Niet groot, maar we konden slapen. Tenminste, dat was de bedoeling. Eerst het gehannes om een klamboe op te hangen, dan blijken het beroerd liggende stapelbedden te zijn in slaapzalen waar je met tien mensen ligt en 's nachts is het overal een herrie. Toch maar proberen te slapen.
De volgende dag vertrokken we naar Berekum. Dat ligt 420 km van Accra af, in het oosten van Ghana niet zo ver van de grens met Ivoorkust af. De hele busreis ging als een film aan ons voorbij. Alles wat je zag was anders dan thuis. Het landschap, de huizen, de mensen, wat ze doen, echt alles is anders. Later reali seer je je dat alles ook weer zo snel went. Wat gewoon is het dat vrouwen alles op hun hoofd dragen, dat het overal stinkt, dat kinderen je altijd naroepen, dat Ghana een land lijkt te zijn zonder verkeersregels. Onderweg was alles nog nieuw en keek je je ogen uit. Het leek wel een droom.
In Berekum aangekomen zijn we eerst op de bouwplaats gaan kijken. De fundering lag er, zoals afgesproken, maar deze was een stuk groter dan wij op tekening hadden. Hiermee maakten we kennis met een flink stuk cultuur- en mentaliteitsverschil. Het plannen en alle zaakjes van tevoren netjes regelen, wat wij Nederlanders zo graag doen, is daar niet gebruikelijk. Aan bouwteningen heb je niets, flexibiliteit heb je nodig. En dat hebben we geleerd, om ons flexibel op te stellen. Veel dingen accepteren zoals ze zijn, omdat ze nu eenmaal zo zijn.
Als je dan staat te kijken naar de plek waar de school moet komen, besef je dat het een hele klus is, waar verschrikkelijk veel aan moet gebeuren en waar we maar weinig tijd voor hebben. Het gebouw moet 30 meter lang en 11 meter breed worden, bestaande uit drie lokalen en twee kantoortjes. Aan weerskanten komt er een veranda.
Ons onderkomen in Berekum was het "Teachers Training Centre", een soort PABO, waar de studenten intern zijn. De studenten hadden in deze periode vakantie, zodat wij er gebruik van konden maken. Slaapzalen met stapelbedden, we hadden niet anders verwacht. Stromend water was er niet. Dus wassen moesten we ons met een emmertje water. Ook naar het toilet moest een emmertje water mee. Haren uitspoelen ging, voor meisjes met lang haar, het beste onder de pomp. Dat je dan een publiek van zo'n twintig kinderen had moest je maar voor lief nemen. Het had als voordeel dat er altijd wel liefhebbers voor je wilden pompen. Lang blond haar is een bezienswaardigheid.
Drinkwater is een ander probleem. Het is van groot belang om genoeg te drinken als je in de tropen bent. Wij hadden uit Nederland een filter mee genomen. Het grondwater pomp je met de hand door drie filters heen en dan is het zo schoon dat het echt te drinken is voor ons. Wel een zware klus, maar altijd nog beter dan al het water eerst koken en dan af laten koelen. Zo leer je zuinig met water om te gaan. Thuis sproei je de tuin, was je de auto en spoel je zelfs de wc met zuiver drinkwater door. Dat kan toch eigenlijk niet.
Toen de eerste echte werkdag voor ons aangebroken was, stond iedereen op de bouwplaats met een idee van: "Nou ik ben er helemaal klaar voor, zeg het maar, wat moet ik doen". In het begin moest het wel goed georganiseerd worden, wie wat moest doen. Later liep het allemaal vanzelf.
De grond in de lokalen was veel te laag. Dat moest op gevuld worden, maar waarmee? Ghanese vrouwen begonnen met een schaal op het hoofd er grond naar toe te brengen. Als ze zo door zouden gaan zou het zeker tot de kerst duren voor het op hoogte was. Een bulldozer kwam na twee dagen en schoof een flinke hoeveelheid grond op een hoop. Met een kruiwagen en met emmers heel vaak heen en weer lopen kregen we het langzaam maar zeker vol.
Het metselen werd een keer voorgedaan. De eerste stenen werden geplaatst. En zowaar er verrees een muurtje. Totdat een Ghanees het zag, gebaarde dat het niet goed was, het afbrak en opnieuw maakte. Dat is natuurlijk balen. We hadden de samenwerking ons anders voorgesteld. Hier moest meer rechtgezet worden dan alleen een stukje muur. Na duidelijk verteld te hebben dat wij ook een kans moeten hebben om te bouwen en dat zelfs meisjes echt wel kunnen metselen, ging het een stuk beter. Natuurlijk is het erg wennen voor een Ghanese bouwvakker om samen te werken met een Hollands meisje, maar toch lukte het na deze startproblemen best goed. Na een eerste paar dagen fanatiek te hebben gewerkt blijkt dat het toch wel zwaar is. Snel moe, last van de rug, en dat soort klachten kwamen regelmatig voor. Maar ja, dat hoort er ook bij. Als de klachten niet erger zijn dan dat, dan mag je niet klagen. De klachten werden bij menigeen wel erger. Duizeligheid, zware hoofdpijn, misselijkheid, overgeven, flauwvallen en aan de diaree, verschrikkelijk aan de diaree. Het hoorde er allemaal bij. Maar voor de betrokkenen, die zo ziek als een hond onder de klamboe lagen, is het op dat moment een ellende. Toch is het geweldig om te zien hoe mensen dan om elkaar geven. Even belangstellend informeren hoe het gaat, wat te drinken halen of een aai over de bol geven. En echt, het helpt. Gelukkig is niemand lang ziek geweest.
We bouwden de school voor een kerkgemeenschap, de "Assemblies of God". Het was ook op het terrein van de kerk waar het gebouw kwam te staan. Op zondagmorgen zijn we naar die kerk geweest om een dienst mee te maken. Er waren helemaal voor in de kerk plaatsen voor ons gereserveerd. En daar zaten we dan, netjes gekleed, de meisjes in rok, want dat hoort zo in Ghana, iedereen aan te kijken. Of liever gezegd, iedereen keek ons aan. Er waren officiële mensen uitgenodigd zoals mensen van de plaatselijke overheid en van het ministerie van onderwijs. Iedereen werd voorgesteld, wij ook. Het werd een dienst met veel sprekers, alles in het Engels, wat daarna weer in het Twi (de lokale taal) vertaald werd. Het zingen is een swingend gebeuren, waarin men dansend door de kerk gaat. De drums leverden het grootste deel van de muziek. Ook de kollekte was iets bijzonders. Voor in de kerk stond een soort kollektebus (bak) en de muziek startte met volle overgave, op een manier waarvan je denkt: hier komt nooit meer een eind aan. Alle mensen kwamen swingend en dansend uit hun banken, gingen zo achter elkaar aan langs het offerblok en stopte in eenzelfde vloeiende beweging er iets in. Toen iedereen langs geweest was, waren wij aan de beurt, vonden we zelf. Gewoon er naar toe lopen kan echt niet, maar dat swingende hebben we ook niet. Eigenlijk was het een vrij ongemakkelijk bewegende sliert blanken, maar wel leuk. De dienst ging verder gewoon door met veel sprekers en zangers, het ging door en door en door. Na drieëneenhalf uur kwamen we weer buiten. Dan weet je wel hoe hard tropisch hardhout is. Maar ook deze ervaring hadden we niet willen missen. Ghanezen moeten in Nederland een kerkdienst toch wel heel saai vinden.
De bouwaktiviteiten gingen in de dagen die volgden steeds beter. Iedereen begreep steeds beter wat er van hem en haar verwacht werd. De resultaten waren er dan ook naar, in een razend tempo begon het gebouw te groeien. Door regelmatig de werkzaamheden af te wisselen, kon iedereen het goed volhouden. De ene klus is nou eenmaal zwaarder dan de andere. Beton maken was echt heel zwaar werk. Een betonmolen hadden we niet, dus het mengen moest op de grond met de schep gebeuren. De stenen moesten naar de te bouwen muren gebracht worden, zodat iemand anders door kon gaan met metselen. Ook de dakspanten werden in de tussentijd getimmerd.
Er was nog wat geld extra te besteden, zodoende hebben we nog een groot speeltoestel kunnen maken. Een klimrek, schommels en een rekstok. Het hout was bij de plaatselijke houtzagerij gekocht, waar ze gigantische boomstammen tot planken en balken verzaagden. Mooi hout van een onbekend soort, zó nat dat de spetters om je oren vlogen als je er een spijker in sloeg en als je het optilde leek het wel ijzer, zo zwaar. Maar degelijk werd het wel, wat wel nodig is, want Ghanese kinderen bestormen zoiets met z'n honderden.
Als je al die activiteiten op de bouwplaats zo overzag; gaf dat je toch wel een erg goed gevoel. Als mieren waren de World Servants aan het slepen en bouwen, niet voor zichzelf, niet om er zelf beter van te worden, maar voor medemensen die het zoveel slechter hebben dan zij. De jeugd van tegenwoordig..., gelukkig ook nog zo positief.
Als je in zo'n ver land bent en je hebt even de tijd, dan ga je natuurlijk iets bijzonders bekijken. Zo gingen wij op onze vrije dag een bezoek brengen aan het oerwoud. Met z'n allen werden we in een te kleine bus gepropt en gingen op weg. Later werd duidelijk waarom er niet voor een royaler vervoermiddel gekozen was. De weg er naar toe was zó slecht en vooral zó smal, dat een gewone bus er niet kon rijden. We gingen over grote hobbels en door nog grotere kuilen, een attractie waar menig pretpark jaloers op zou zijn. Als sardines in een blik ondergingen we deze survival met veel gejoel. Na enkele uren kwamen we op de plek van bestemming aan, of we konden gewoon niet verder, dat is niet helemaal duidelijk geworden.
Als eerste kregen we een cacaoplantage te zien. Je stelt je dan een Hollandse boomgaard voor, waar alles netjes in het gelid staat. Fout. De cacaobomen stonden gewoon kriskras in een stuk oerwoud. De vruchten groeien, heel merkwaardig, direkt aan de stam van de boom. Het tropisch regenwoud is moeilijk te beschrijven. Een bos, maar dan groter? Nee, dat is het niet. De "bush" van Burgers' dierenpark, de vlindertuin in Emmen en het tropenmuseum bij elkaar, maar dan echt.
Woudreuzen bedekt met lianen, een warme, vochtige atmosfeer. Heel veel mooie planten, vlinders en vogels. De natuur in "optima forma". Op de foto zetten wil haast niet, dit gevoel kan je zo niet vast leggen.
Na een tijdje achter onze gids aangelopen te hebben, kwamen we ergens waar mensen bleken te wonen in lemen hutten. Wat was dit een rustige en vredige plek op aarde. We mochten geroosterde mais en gekookte yams proeven. Onze magen konden inmiddels alles verdragen. Op de terugreis zagen we veel vrouwen naar huis lopen met yams en hout op hun hoofd, dat ze uit het oerwoud gehaald hadden. Uren lopen, maar voor deze avond had hun gezin weer te eten. Ze zijn er bijna de hele dag mee kwijt, en dat in een tijd van magnetrons en fast food.
Na zo'n dag weg geweest te zijn, was er weer volop energie om aan het werk te gaan. Dat lukte ook bijzonder goed, we hadden er weer zin in.
Naast het bouwen was er af en toe een groepje dat een kinderprogramma verzorgde. Dit werd gehouden in de kerk en er kwamen wel tweehonderd kinderen. De Achterhoekse deelnemers hadden het verhaal van Noach voorbereid. Het verhaal werd verteld, waarna alle kinderen een kleurplaat kregen met een dier er op. Wat vinden die kinderen dat prachtig, om "gewoon" te kleuren. De leerkrachten, die ons hielpen, lieten zich de kans om ook een plaat in te kleuren niet ontnemen. Na afloop werden alle dieren op de tekening van een grote boot geplakt en opgehangen. Liedjes zingen met deze kinderen is een genot. Het enthousiasme waar dit mee gebeurt is onvoorstelbaar. "Who's the king of the jungle", was de absolute topper. Een leuke afwisseling voor een bouwvakker. Om ongeveer vijf uur zat de werkdag er voor ons op. Na een wandeling van een kleine twee kilometer waren we weer op ons kampement. Onderweg hadden we altijd aanspraak en moesten we handen en vooral handjes schudden. Even uitrusten en emmeren (ons alternatief voor douchen) en we konden aan tafel. Iedere dag werd er voor ons een prima maaltijd, door een aantal Ghanese dames, bereid. Rijst, macaroni, yams, bonen, altijd met een lekkere, vaak pittige, saus. Het is ook erg gezellig om zo met z' n allen te eten. Af en toe werd de tafel overhaast verlaten door iemand die z'n ingewanden nog niet helemaal onder controle had.
`s Avonds hadden we ook vaak nog iets te doen. Een spel, wat zingen, of een bezinnend programma. Dit laatste zette mensen soms flink aan het denken en er werd dan na afloop ook lang en diep over door gepraat. De keuzes die je in je leven moet maken zijn vaak niet zo gemakkelijk, maar ze moeten wel gemaakt worden. Ook 's morgens werd er over het geloof gesproken. Iedere morgen kwamen we in kleine groepjes een half uurtje bij elkaar om te praten over de dingen die ons bezig houden. Over een bijbels onderwerp hadden we het, maar ook over de, soms aangrijpende, dingen die we meemaakten. Het is goed, en nodig, om er met elkaar over te kunnen praten.
Op de laatste werkdag, toen alle muren er stonden, de dakspanten aangebracht waren en de meeste dakplaten er op lagen, konden we het houtwerk nog verven. Een frisse blauwe kleur kreeg het. De muren konden we nog niet doen, omdat het stucwerk nog niet goed droog was. We hebben verf achter gelaten, zodat de Ghanezen dit af konden maken. Het was een pracht gebouw, onze school, waar we terecht trots op waren. Met de meegenomen ballonnen werd de school, het speeltoestel en de omgeving versierd en begon de officiële overdracht. Dit was een feestelijk gebeuren in de open lucht, met diverse sprekers en muziek. Ieder van ons werd persoonlijk bedankt in de vorm van een presentje. Wij hadden gelukkig ook nog wat weg te geven. Allerhande schoolspullen, zoals potloden, papier, gom, enz. is aan het schoolhoofd gegeven. De blijdschap en dankbaarheid was bijzonder groot. Voor ons zo gewoon, voor hen een rijkdom. Verder hebben we de bijbels, die de zendingscommissie geregeld heeft, overhandigd. Ook deze gift viel in zeer goede aarde, een luxe waar ze voorheen alleen van konden dromen. Dat al deze spullen een goede bestemming hebben gekregen, staat voor ons als een paal boven water.
Het avontuur zat er voor ons al bijna op. Er werd afscheid genomen van de mensen waar we van zijn gaan houden, met het idee dat we ze waarschijnlijk nooit meer terug zullen zien. Zoiets is moeilijk. De volgende dag gingen we weer terug naar Accra. Dezelfde weg als heen, maar nu kwam alles je zo bekend en vertrouwd voor. In Accra sliepen we weer in hetzelfde kampement. Heel comfortabel, met een douche. Nog wat snelle bezoeken brachten we aan een souvenir-markt waar we het afdingen leerden, een strand met spectaculaire golven, een monument, een lappenmarkt, een Hollands fort en een museum. Zo konden we toch nog wat cedi's uitgeven om de thuisblijvers te kunnen verrassen met wat Afrikaanse spulletjes.
We ontmoetten nog een Nederlandse verpleegster die al 38 jaar in Afrika werkte. Ze zette allerlei kliniekjes op in Ghana. Nu was ze bezig om in het noorden, dat nog veel armer is dan de gebieden waar wij geweest zijn, een apotheek te starten. Het gebouw was er, maar om de medicijnen te kopen heb je een startkapitaal nodig. De mensen die er komen moeten voor de medicijnen betalen, maar het moet wel eerst aangeschaft kunnen worden. Veel verhalen vertelde ze aan ons. Trieste verhalen, over kinderen die stierven aan slangebeten, omdat hun ouders geen geld hadden voor het tegengif. Het Ghanese geld, wat wij nog hadden, hebben we verzameld en haar gegeven. Dat was lang niet de 2000 gulden die ze nodig had, maar wel een begin waar ze blij mee was. Ook alle spullen die wij wel konden missen hebben we aan haar gegeven, lakens, klamboes, zeep, tandpasta, enz. De kleren die we niet mee terug wilden nemen hadden we in Berekum al achtergelaten.
De vliegreis naar Holland gaf nergens problemen. De douane-formaliteiten verliepen vlotjes. Een uurtje wachten hier, een uurtje wachten daar, dat deed ons inmiddels niets meer. Thuis gekomen leek alles zo onwerkelijk. Ach, het went wel weer, al duurt het een poos, maar vergeten? Nee, vergeten doe je zo'n ervaring nooit meer.


