Roemenië 2012

Agenda

Thermometer

€60000
donation thermometer
donation thermometer
€25000
donation thermometer
42%
Laatst bijgewerkt:
06/01/2012

Bouwen met World Servants

Woensdag 4 augustus kwamen ze terug van een onvergetelijke reis. Zo'n 45 jongeren uit Den Ham en omgeving hebben een paar weken ervaren wat het betekent om in Afrika of Brazilië te wonen en te werken. Zij zullen nooit meer dezelfde mensen zijn na alle indrukken van geloofsblijdschap en menselijke ellende.

Lees hun eigen verhaal. Aan het woord komen Bart Lemans, Johan Borger, Marco Mollenhorst, Yvonne Nijkamp-Post, Bennie Nijkamp, Janine Dood, Marjet Schutmaat en ds. C. B. Elsinga. Johan, Yvonne en Bennie waren in Pequeri, Brazilië. De anderen in Berekum, Ghana.

Vr.: Waarom ben je meegegaan?

Bart: „Het is een hele uitdaging. In het begin was het nog aan niemand duidelijk waar we heengingen. Naar Roemenië of Hongarije of Texas of een verre bestemming. We hebben gekozen voor een verre bestemming, nl. Ghana en Rio de Janeiro. We wilden ook mensen helpen met zoiets noodzakelijks als een school. De gereformeerde en hervormde kerk hebben ons geïnformeerd".

Marco: „Ik ben meegegaan omdat het een uitdaging is. Je kunt altijd wel geld geven voor goede doelen. Ze komen steeds weer langs en dan kun je altijd weer geld geven maar je weet nooit precies wat er met het geld gebeurt. Je weet niet wat er nou precies mee gedaan wordt. Je kunt je er eigenlijk niets bij voorstellen. Ik denk als je nou zelf zoiets doet dan kun je jezelf misschien veel beter voorstellen van wat er nou echt mee gebeurt en wat kan je nou eigenlijk zelf voor die mensen doen. Ik denk dat het heel nuttig is geweest. Je kunt echt wel zeggen dat je er veel van leert".

Janine: „Ik vond het in de eerste plaats een uitdaging, voor mezelf. Ik wilde het land ook weleens zien. Of gewoon de armoede van dichtbij. Maar ook om de mensen daar te helpen. Ik had zelf weleens informatie opgevraagd maar het was gewoon te duur om het alleen te doen. Dus ik kende de organisatie World Servants al wel. En nu kon het met de kerk. D.m.v. allerlei acties kon het wel betaald worden".

Marjet: „Ja, ik had altijd zoiets van: je ziet het wel op tv, nu kun je het zelf zien en dan kun je er ook wat aan doen. Het is natuurlijk ook een uitdaging als je naar Afrika gaat om daar te helpen".

Johan: „Wij hadden als eerste keus Mexico of Brazilië. Ik heb ook een beetje gekeken naar het land. Het leek me gewoon leuker om naar Brazilië te gaan. Ook omdat m'n studie daar iets meer mee te maken heeft. Het sprak me steeds meer aan om iets voor de straatkinderen te gaan doen. Ik ben gegaan om iets aan het probleem te doen".

Yvonne: „Wij zijn niet direct zo zelf gegaan. Ik bedoel, wij hadden wel van het project gehoord. Maar we zeiden: „Het gaat maar van 15-23 jaar, dus we gaan gewoon niet mee". We hebben het er met een ander wel over gehad. Het zou toch mooi zijn om zoiets te doen. En toen kwam Bert Lammers vragen of wij als technische leiding meegingen naar Brazilië. Toen hadden we zoiets van dat doen we direct! Zulk soort projekten spreekt ons altijd aan. En ook om met jongeren te zien dat er méér is in de wereld dan alleen Nederland. En om de problematiek van dichtbij te zien. Dat was voor ons de reden om mee te gaan".

Bennie: „Ik had wel eerder gehoord van project Serve van Youth for Christ, dat had mij ook altijd wel aangesproken. Toen ik hiervan hoorde dacht ik ook van ik wou dat ik een paar jaar jonger was dan ging ik direct mee. Gewoon om de problematiek van de derde wereld van heel dichtbij mee te maken. Toen ze ons vroegen stond het ineens veel dichterbij!

Ds:Elsinga: „Misschien is het nog wel leuk om iets te vertellen over de motieven. Vanuit de organisatie is heel erg gezegd (en dat hebben we ook zelf wel gedeeld met elkaar) het gaat in feite om twee dingen. Bouwen aan jezelf door te bouwen voor een ander. Dat is het motto waaronder al die werkkampen plaatsvinden. M.a.w. het is niet alleen de bedoeling om diakonaal werk te doen maar ook om tegelijkertijd dingen te ontvangen in een derde-wereldland. Om daar van te leren en dat weer te delen in de plaatselijke gemeente waar je weer terugkomt. Dus opbouw door dienstbetoon. Dat is een dubbel motief. Het is daarom niet juist om te zeggen zou je niet beter bouwvakkers kunnen sturen want dan vervalt dat motief voor opbouw van de gemeente hier!

Vr.: Wat voor bezwaren of bedenkingen hadden jullie?

Bart: „Het eerste was; zo'n eind van huis. Wat kom je daar tegen? Met al die ziekten in Afrika. En als je wat krijgt b.v. bij het bouwen van de school... er hoeft maar een steen te vallen. Is daar de medische voorziening zo dat je ook nog geholpen kunt worden? Maar dat bleek allemaal redelijk goed te functioneren. Toen telden mijn bezwaren al een stuk minder. We hadden ook het voordeel dat we als grote groep waren. Dan had je toch een heleboel bekenden waar je nog eens mee kon praten. Dat je niet als eenling ging. We hadden al een behoorlijke band met elkaar voordat we er naar toe gingen".

Marco: „Ik heb weleens gedacht aan die tropische ziekten die je op kunt lopen. Het trok me zo gigantisch aan. Ik had er echt veel zin in. Ik heb er wel aan gedacht maar ik wilde mee, geen seconde getwijfeld".

Janine: „Nou, ik had niet echt bezwaren maar in het begin wel zoiets van ‘als we dan met zo'n hele grote groep uit Den Ham gaan leer je eigenlijk geen andere mensen kennen. Maar achteraf vond ik dat ook helemaal niet erg. Later had ik ook zoiets van: nou het was heel gezellig. Vooral ná het weekend had ik zoiets van: 't Is een leuke groep".

Ds. Elsinga vult ter verduidelijking aan: ,,World Servants heeft ook een weekend voor de leiding en een weekend voor alle deelnemers samen. Dat zijn aparte voorbereidingsweekenden".

Marjet: „Het geld was bij ons thuis een bezwaar. Bij elkaar kostte het f 140.000.—. Of dat allemaal wel opgebracht kon worden in één plaats? Achteraf is er voor f 170.000.— bij elkaar gebracht. Je moest f 1500.— zelf betalen. Het kostte f 3300.— per persoon het hele project. En f 1800.— werd door gezamenlijke akties bij elkaar gebracht!

Ds. Elsinga: „De gemeente stond er van harte achter, de kerkeraad ook. Bij heel veel mensen was het toch ook wel een vraag: krijgen we dat geld ooit bij elkaar? Als voorbereidingscomité was gedacht dat als er 20 mensen zouden meegaan dat al veel was. We hadden geen enkele limiet gesteld. We hadden van te voren gesteld: In principe moet iedereen die goed gemotiveerd is - dat is de enige voorwaarde - mee kunnen. Financiën daar moeten we een mouw aan zien te passen. Toen bleek uiteindelijk dat er 45 mensen meegingen! Dat was echt overweldigend. Aan één kant natuurlijk prachtig. Maar toen hebben we toch wel even achter onze oren gekrabd. Zo van: nu moeten we twee keer zo veel geld bij elkaar krijgen.

Verder was een algemeen bezwaar dat mensen zeiden: Jullie zijn nu wel van plan om een school te bouwen, maar kun je er niet beter metselaars naar toe sturen?"

Vr.: „Hoe is dat achteraf uitgepakt?"

Antw.: „Zoals de mensen het daar doen kunnen wij het ook. Uiteindelijk is er wat moois opgezet. In Brazilië is een huis gebouwd. In Ghana is een school gebouwd met drie lokalen, een kantoortje en een magazijn".

Vr.: „Kun je iets vertellen over het project in Brazilië?"

Antw.: „Het huis in Brazilië is eigenlijk een boerderij. De bedoeling is om daar straatkinderen uit Rio de Janeiro op te vangen. Dat ze op de boerderij leren om met dieren te werken zoals kippen, koeien en varkens. Als kinderen de leeftijd bereikt hebben dat ze van school gaan zouden ze weer de straat op moeten. Nu kunnen ze naar de woonboerderij. Het is echt voor oudere kinderen van 17/18/19 jaar. Er komen zo'n 6 jongeren in zo'n gebouw met een echtpaar. Het is het idee van een kibboets. Jonge kinderen kunnen wel opgevangen worden in een pleeggezin. Deze boerderij die wij gebouwd hebben krijgt een kippenhok, fruitbomen enz. Het bleek ook dat het een voorbeeld moet worden voor het dorp. Het dorp ligt er dichtbij, zodat de mensen uit het dorp kunnen kijken hoe je op een andere manier landbouw kunt bedrijven. Ze zijn wel conservatief wat landbouw en andere dingen betreft. Het gaat ook in samenwerking met landbouworganisaties, want je moet toch je produkten af kunnen zetten. Als je afzet hebt kun je ook verbouwen".

Yvonne: „De mensen vonden het toch wel typisch dat 50 Nederlanders voor straatkinderen helemaal naar Brazilië kwamen. Voor hen was het heel normaal dat er kinderen doodgeschoten werden. Wij, Nederlanders, waren daar heel bewogen over omdat je het van dichtbij zag. En dat zie je in Nederland niet dat mensen zo denken. Iemand schreef: „Door jullie ben ik gaan zien dat het ons probleem is".

Vr.: Wat hebben jullie zelf geleerd?

Bart: „Dat wij Nederlanders toch een verschrikkelijk raar volk zijn. Die mensen in Ghana leven helemaal zonder stress. Ik heb er geen één gezien die hard liep om wat op te halen. Het gaat ook allemaal net zo rustig. Ja we moeten grind hebben, wanneer komt dat? Oh, dat komt morgen wel een keer. En als je geluk had kwam het morgen.

Dat wij er met zo'n instelling naar toe gaan „Wij zullen dat schooltje wel even bouwen daar". Maar als je er aan komt krijg je wel een tik over je vingers, je moet je aanpassen aan de cultuur daar. Wij moesten b.v. betonvloeren storten en de laatste vloeren zouden we storten en er was geen grind meer. Toen hebben we gezegd als het grind vanmiddag nog komt storten wij de vloeren, maar de Ghanezen zeiden dat kan niet. Wij: Waarom kan dat niet, beetje kwaad. Die Ghanezen dit en dat. Wat bleek later? Daar hadden ze soms helemaal de kracht niet voor. Ze hadden 1 of misschien 2x te eten per dag. Dat kan gewoon niet. Daar hadden ze de kracht niet voor. Dan sta je met je oren te klapperen en dan zitten wij te bekken: Die luie Ghanezen, die kunnen toch wel zo’n vloertje storten.

Bart: „Ik heb geleerd dat ik heel dankbaar mag zijn voor wat ik hier heb. Dat ik niet gestressd probeer nog meer en nog meer te hebben. Ongelofelijk, je kunt zomaar de wc doortrekken met papier en al. Er komt warm en koud water uit de douche. Je kunt het zo opdrinken".

Marco: „Hoe ontzettend goed wij het vaak hebben. Heel vaak zie je het gewoon in Nederland niet. In Nederland is alles goed. Als je niet anders kent weet je niet beter. En als je een paar weken in zo'n ander land bent dan vallen die dingen toch op. Als je daar zag dat sommige mensen gewoon de hele dag bezig waren om aan eten te komen.

We zijn eens een keer in een klein vissersdorpje geweest, daar zag je echt kinderen lopen met van die dikke oedeembuikjes. Die mensen hebben vaak niet te eten. En dan schelden wij soms: alweer pindakaas op brood! Bij ons valt helemaal niet op hoeveel luxe er hier is!

Ds. Elsinga: „Ook dat mensen aan de ene kant toch wel gebukt gaan onder de armoede. Je ziet ook de ontwrichtende gevolgen daarvan. Als het b.v. gaat over corruptie, diefstal en dergelijke dingen. Aan de andere kant dat mensen op wonderbaarlijke manier uit hun geloof kracht putten om staande te blijven en een heel groot voorbeeld te zijn voor ons die dan op bezoek komen. Je merkt echt dat mensen de blijdschap van het geloof heel erg ervaren. Dat ze daar hun moed en hoop en kracht uit putten".

Johan: „Ik heb geleerd dat die straatkinderen... kinderen zijn. Als je ze op televisie ziet lopen staat het nog ver van je af. Dan denk je: die leven daar op straat, die moeten keihard zijn. Die zullen een grote mond hebben en vechten. Maar als je dan met ze in contact komt blijken ze net zoveel gevoelens te hebben als Nederlandse kinderen. Het zijn gewone kinderen met een keihard leven. Dat is één van de dingen die ik heb geleerd. Het is gewoon verschrikkelijk erg dat ze op straat moeten leven".

Yvonne: „Een stuk dankbaarheid dat we hier in Nederland wonen. Het is hier allemaal schoon. Je hebt altijd water uit de kraan, electra werkt. Zelf heb ik zoiets van ja, in Brazilië zijn die straatkinderen. En dan zie je van dichtbij dat er ook heel veel dingen omheen hangen. Je zou zeggen: „Laat die straatkinderen naar hun ouders teruggaan. Maar juist door de situatie thuis zijn die kinderen op straat. Omdat het met de ouders ook niet zo heel goed gaat". En dan denk ik zelf: „Je hebt hier in Nederland met asielzoekers eigenlijk precies hetzelfde".

Vr.: Wat bedoel je met hetzelfde?

 Yvonne: „Nou die worden ook gediscrimineerd omdat ze buitenlander of asielzoeker zijn. Die worden ook niet geaccepteerd omdat ze ongewenst zijn. Omdat men er van de buitenkant tegenaan kijkt. Omdat je zoveel vooroordelen hebt van: Laat ze naar hun eigen land gaan. Maar daar zit heel wat anders achter. 't Is niet zo maar simpel op te lossen.

Bennie: „De gebrokenheid van de schepping. Toen wij er waren werden er net 8 van die jongens doodgeschoten in hun slaap. En dan gaan de daders gewoon naar huis, drinken een pilsje en nemen hun kinderen op schoot.

Dat dát kan is ongelofelijk. Daarnaast hoe ruw men met materialen e.d. omgaat bij ons".

Janine: „Ik heb geleerd om het hier extra te waarderen dat je het hier zo goed hebt. Maar als je in de armoede zit wen je er ook weer aan en wordt het gewoon. Het was er echt heel arm denk je als je weer terugbent. De kinderen op de vuilnisbelt. Ook in het ziekenhuis gewoon een zaal waar de vrouwen lagen en één grote zaal waar de mannen lagen. Dat was hier vroeger eigenlijk ook zo, Maar hier heb je nu allemaal afzonderlijke kamertjes en iedereen ligt er hygiënisch bij. Maar daar lag ook een vrouw die helemaal verbrand was. Dat heeft best wel indruk op mij gemaakt Toen dacht ik: kan die nou niet apart liggen? Die lag daar gewoon toen we er langs liepen".

Marjet: ”Gewoon als je hier komt waardeer je het allemaal meer. De gekste dingen vind je heel mooi. B.v. dat je de w.c. kunt doortrekken. En ook dat je hier zoveel hulporganisaties kent. Nu heb je dingen gezien. Nu heb je zoiets van het is toch veel harder nodig dat mensen in Nederland iets geven".

Is er nog wat veranderd/gegroeid in je relatie met God door deze ervaringen?

Bart: „Er is wel iets gegroeid, maar nou niet dat ik radikaal ben veranderd. Heel veel kleine dingen die ik voor die tijd niet zag. Waar je nu van denkt Hé. B.v. dat je veel meer bidt voor hele praktische dingen. Hier is alles zo vanzelfsprekend".

Johan: „Het liederen zingen met elkaar. De reis was nogal aardig emotioneel. Daar heb ik erg veel kracht uitgeput. We zongen opwekkingsliederen. Er waren bij ons twee gitaristen".

Marco: „Ik heb veel gehad aan de „goede morgen gesprekken” Er was een vrouw die daar de leiding had. Die had heel sterk iets van „geloof is heel simpel". Daar heb ik veel van geleerd. Hier in Nederland wordt het soms heel moeilijk allemaal. Dat je het veel moeilijker gaat maken dan het is. Die vrouw zei: Geloof is helemaal niet moeilijk. Gewoon accepteren. Als een kind geloven. Je moet het heel simpel nemen. Dat was iemand van de leiding".

Janine: ja, ik vond ook vooral dat je hier veel onafhankelijker kunt zijn. Als je daar bent bid je dat je beter wordt. Als je hier bent ga je naar de dokter. Zulke kleine dingen. Daar wordt het vertrouwen helemaal op God gesteld. Hier wordt toch eigenlijk wel een beetje op de dokter vertrouwen gesteld".

Marjet: „Toen we naar het oerwoud gingen vroegen ze of we vogelspinnen hadden gezien. Nee, zeiden we. Ja, zeiden zij God was met jullie. Ze hebben 'k weet niet hoeveel voor ons gebeden. Van te voren. Voor de busreis. Ze hebben met 7 mensen twaalf jaar elke week gebeden voor de school die we hebben gebouwd. Bij ons bel je een aannemer. Voor de voetbalwedstrijd stonden we hand in hand te bidden met de tegenstander. Men danste naar de kollekte. Er was humor".

Vr.: „Zouden jullie je dan nog wel thuis voelen in deze omgeving?"

Antw.: „Er mogen voor mij wel een paar dingen veranderen. In elke dienst opwekkingsliederen zingen. Geloof is hier heel strak. Daar zie je nog eens de andere kant, waarvan je denkt dat zou hier ook wel mogen.

Vr.: En jullie hebben gewoon meegedaan?

Antw.: Een algemeen ja.

Vr.: Maar jullie zijn toch stijve Noorderlingen uit het Oosten. Dat doen jullie toch niet?

Antw.: „Daar kom je achter. In het begin denk je wel van: oei kan dat wel. Men had b.v. reidansen op muziek. Eerst vrouwen, dan de mannen, die zitten daar gescheiden".

Vr.: Raad je iedereen aan om ook mee te gaan met b.v. World Servants?

Bart: „Je moet wel open staan voor allerlei dingen. Je moet er niet naar toe gaan met het idee van: ik ga daar naar toe en bouw een schooltje. Ons motto was: Be flexible - Wees flexibel".

Johan: „Raad het ieder aan". Marco: je wordt er helemaal niet slechter van. Er is geen reden om het niet te doen. Iedereen kan er van leren. Ik raad het iedereen aan". Yvonne: „Ik zou het zeker iedereen aanraden. Sommige mensen zou ik er zelfs graag naar toe sturen".

Bennie: „Je leert er als Nederlander erg veel van. In plaats van alles in de kollektebus te doen zelf eens te gaan. Je moet er wel voor open staan".

Ook Janine en Marjet raden het iedereen aan.

Alles overwegend tot slot. De machteloosheid t.o.v. allerlei problemen. De geur, de geluiden, de schurft, de dikke buikjes, de drukte, al het verkeer. Die kun je niet overbrengen. Een moeitevolle ervaring. Eén van de deelnemers zei: je hebt het gevoel dat je in een film zit".

Ds. Elsinga: Je zit midden in een situatie met open riolen, met brandlucht van brandend hout. Constant die lucht die om je heen is. Daar zit je midden tussen in. En de rommel van vuilnisbelten.

En dat kost de mensen zo ontzettend veel. Dat is toch wel goed om dat eens mee te maken. Dan onderga je dat echt. Ik heb ook gedacht toen ik daar was, op een gegeven moment, in Afrika: „Ik zou hier niet kunnen leven. Zoiets moet dat voor Christus ook geweest zijn toen Hij op aarde kwam". Dat Hij in zo'n situatie neerdaalde. Toen ging dat nog meer voor me leven. In zo'n situatie is Hij gekomen. Het wordt dan heel sprekend".

J. F. E. Hartelijk dank voor alles wat jullie mij verteld hebben. Ik voel me er zelf ook weer rijker door. Een heel goede verwerking en presentaties in de kerken gewenst!

BRON: gereformeerd kerkblad voor Drenthe, Overijssel en Flevoland, zaterdag 11 september 1993, 76ste jaargang, nr. 3932.